Aannames? Tijd voor verdieping!

Gedragsverandering is ‘in’. Ook in de afgelopen zomerperiode vlogen de diverse campagnes je om de oren. We willen mensen uit de auto en op de fiets krijgen. We willen dat je niet tijdens warme zomerdagen van een brug in het water springt omdat dat gevaarlijk is. We willen dat je tijdens deelname aan het verkeer niet zoveel op je mobieltje kijkt. We willen dat mensen minimaal 21 minuten per dag intensief bewegen en meer gaan kauwen of muziek gaan maken. Want dat blijkt goed voor onze hersenen te zijn. Kortom, elk vraagstuk dat je tegenwoordig vastpakt, lijkt te gaan over gedrag. Je zou verwachten dat we dan met alle kennis over gedrag inmiddels een beetje weten hoe je gedrag kunt beïnvloeden. Maar ook weer niet te veel want dat is manipulatief. Dat is dan weer een ethische kwestie maar dit terzijde.

Goede intenties maar met een slechte uitkomst

Ondanks alle inzichten, f-MRI-scans, publicaties en conferenties blijven we te vaak steken in aannames, ‘snelle’ interventies (‘quick wins’), een ‘copy paste’- aanpak (interventie x werkte goed in organisatie y dus ook vast in organisatie z) en een niet goed afgebakend vraagstuk. Jammer, want daardoor gaat veel energie, tijd en geld verloren in goede intenties met een slechte uitkomst. 

Een goede analyse leidt tot een goede maatregel

Kan het ook anders? Jazeker! Begin met het afbakenen van het vraagstuk: wat moet er morgen anders? Hierbij geldt het devies: hoe concreter, hoe beter. Dus: wat moet doelgroep x morgen anders gaan doen en waarom is het een probleem (en voor wie?). Daarna ga je op zoek naar weerstanden en factoren: welke zaken hebben (de meeste) invloed op het gewenste gedrag? Waarom vertoont doelgroep x dat gedrag niet? Pas als je dat scherp in beeld hebt gebracht, kun je beginnen met de daadwerkelijke maatregelen ofwel interventies. Op zich geen complex (maar wel intensief) traject. Des te opvallender dus dat nog steeds (grote) overheidsinstanties een aanbesteding uitschrijven waarin je al bij je eerste presentatie met concrete interventies moet komen. Dat is als het ware willen beginnen bij de eindmontage van de film terwijl je het script nog niet hebt geschreven.

Bij een overzichtelijk traject: actie

En soms moet je niet teveel willen nadenken en gewoon maar ‘doen’. Zeker bij een overzichtelijk traject. Dat creëert een positief gevoel bij betrokkenen, en zet een beweging in gang. Dat is ook heel wat waard in onze moppercultuur. Zoals dit voorbeeld van een patiënt die dagelijks zijn fysiotherapeutische oefeningen moet doen. De therapeut kan het belang van de oefeningen iedere dag benadrukken maar dat leidt waarschijnlijk tot een ‘Jaahaa, ik weet het nu wel’-houding bij de patiënt. Maar als andere therapeuten met je meedoen en de verplichte oefeningen worden omgezet in een grappig dansje, dan wordt de behandeling ineens leuk. Als therapeut heb je je doel veel sneller bereikt. Bovendien nemen de andere therapeuten meteen maar even dat halve uurtje beweging per dag mee. Zo sla je twee vliegen in 1 klap! Maar ja, de meeste trajecten zijn vaak een stuk complexer en dat vereist nu eenmaal een stevige analyse.

Gedragsverandering gevraagd

Kortom, ook in de aanpak van een gedragsveranderingsvraagstuk is het tijd voor een gedragsverandering. Weg met de aannames. Het is tijd voor verdieping.